Publicaties Herdenkingskrant Herinneringen aan een heldendaad

Herinneringen aan een heldendaad

Willem Symor, alias Pa Sem, was in de nadagen van de Bijlmerramp een beroemdheid: de 'held van de Bijlmer'. Hij waagde zijn leven door terug de vlammenzee van Groeneveen in te rennen om een kind te redden, dat achtergebleven was in zijn café, 'het Groentje'.

Een terugblik.

Pa Sem runde begin jaren '90 een cafeetje dat gevestigd was in een appartement in Groeneveen, 't Groentje. Het etablissement had vijf jaar leeg gestaan toen hij het overnam, en had een slechte naam, omdat er ooit bij een opstootje een dode was gevallen.

Pa Sem knapte het cafeetje op en maakte er binnen de kortste keren een bloeiende gelegenheid van, waar hij voor elk wat wils bood. Het buurtcafé bood tussen 10 en 11 een koffie–uurtje voor de oudjes, en van de omzet schafte Pa Sem een biljarttafel, tafeltennis en twee sjoelbakken aan. Na schooltijd, van 5 tot 7, mochten de kinderen komen om spelletjes te doen. Vanaf 8 uur was het Groentje geopend voor de volwassen cafébezoekers.

Als Pa Sem een jaar uitbater is van het Groentje krijgt hij een cadeautje van Nieuw Amsterdam. Een bedrag van duizend gulden. 'Omdat er geen klachten waren, en ik het café precies draaide hoe het hoorde', vertelt Pa Sem. Hij zag erop toe dat het gezellig was en de regels werden nageleefd. Als je binnenkwam, stond op de muur te lezen: Drinken tot dronkenschap is verboden. Niet spuwen op de vloer. En al dat soort teksten. Ook in het Engels, in het Papiaments en in het Afrikaans. Ik vroeg allerlei mensen om het voor mij te vertalen en op de wand te schrijven. Iedereen wist wat de regels waren.

Armoede

De stamgasten van het Groentje hadden allerlei achtergronden. 'Er kwamen soms ook een aantal moeilijke jongens. De anderen waarschuwden me dan wat voor vlees ik in de kuip had. Uitkijken, die is pas drie dagen uit de bak. Als er nieuwe Afrikaanse jongens kwamen, werden ze door de andere eerst uitgebreid gewezen op de huisregels op de muur. Er kwamen ook veel illegale jongens. Die gedroegen zich heel netjes, want als ze rotzooi zouden maken, zouden ze meteen opgepakt worden.'

Zijn bijnaam, Pa Sem, heeft Willem Symor van de kinderen gekregen. 'In die tijd verkocht ik een blikje fris voor een kwartje. Ik had gemerkt dat sommige kinderen dat geld wel van hun ouders kregen, maar anderen niks hadden. Veel mensen denken dat er geen armoe is in Nederland, maar in de Bijlmer was er wel armoe. Als een kind het niet kon betalen, kreeg hij het gratis. Zodoende gaven de kinderen mij de bijnaam Pa Sem. Bij de Afrikaanse broeders ben ik meer bekend als Papa. Zo noemde elke Afrikaan me. Tot nu toe. Elke Afrikaan die die tijd heeft meegemaakt, zegt: “Papa, how are you, als hij me tegen komt”. Dat doet me goed.'

Ook elders kan Pa Sem nog altijd op een warm onthaal rekenen. Bij de Amsterdamse Poort is een fotozaak waar een Turkse jongeman werkt, die de ramp ook heeft meegemaakt. Hij bewondert me echt, altijd als ik in de buurt ben, maakt hij een praatje, en vertelt andere mensen over mij.

Mijn broer is achtergebleven

Op 3 oktober 1992 werd een Antilliaans feestje gehouden in 't Groentje. Een Antilliaanse vrouw had me gevraagd of ze daar mocht dansen, omdat haar zoon jarig was. Aanvankelijk wilde ze het feest op zondag houden, maar drie dagen van tevoren vroeg ze of het op zaterdag kon, omdat haar zus zondag moest vertrekken. Dat was heel goed achteraf. Anders waren er veel kinderen omgekomen.

Zondagmiddag komt Pa Sem om een uur of twee in de zaak, om alles op te ruimen. De kinderen die op het maaiveld aan het spelen zijn, zien hem. Ze weten dat ze altijd spelletjes kunnen doen in 't Groentje. 'Ze vroegen Pa Sem, mogen we naar binnen? Nee, zei ik, ik ga eerst schoonmaken. 'Kom, we helpen wel mee!', zeiden ze. Toen kwamen ze binnen.'

'Die dag ben ik niet meer naar huis gegaan. Mijn vrouw bracht eten voor me. Mijn dochter, toen vier, was ook aan het spelen in 't Groentje. En ze ging om kwart voor zes naar huis. We woonden vlakbij in Groeneveen. Om kwart voor zeven kwamen wat kinderen terug om hun spullen te halen om naar huis te gaan. En plotseling zag ik een soort enorm vuurwerk voor het raam. En toen was alles een vlammenzee. Ik had geen idee dat een vliegtuig was neergestort. Dat hebben ze me pas verteld toen ik na een maand in het ziekenhuis wakker werd. Er waren toen acht kinderen binnen. We zijn gevlucht. 'Als ze veilig bij de metrohal zijn aangekomen, zijn er zeven kinderen. Een meisje rende naar me toe en trok aan mijn broek. Pa Sem! Mijn broer is nog achtergebleven!

'Ik ben toen teruggegaan. Het was een chaos. Mensen sprongen naar beneden, iedereen schreeuwde. Mensen proberen me tegen te houden. Ik schreeuwde dat ik terug moest gaan voor die jongen. Ik ging terug. Vuur aan de wanden, vuur aan het plafond, overal. Ik hoorde de jongen schreeuwen. Help! Ik vond hem. We waren bijna buiten, nog geen anderhalve meter van de deur.

Toen viel er een hete galvaanpijp naar beneden, op de jongen zijn hoofd. Toen heb ik de pijp met mijn handen weggehaald.

Niet door de vlammen, maar door die pijp ben ik verbrand. Ik probeerde de pijp los te laten, maar dat kon niet, mijn handen zaten met de pijp versmolten. Ik zei tegen de jongen: Ren weg! Hij rende weg, en ik hoorde hem schreeuwen. 'Pa Sem, kom dan!' Maar met de pijp kon ik niet door de deur, die versperde de weg. Hij bleef maar branden, branden. En ik maar vechten, ik maar vechten. Toen vatte mijn hemd vlam. Toen dacht ik: Nou is het afgelopen. Maar ik was me nog steeds bewust. Ik wist: daar is de deur. Daar moet ik eruit. Plotseling kreeg ik weer die wilskracht. Toen heb ik die pijp over mijn hoofd getild, over mijn rug, en zo ben ik eruit kunnen komen. Toen ik eruit kwam, was het complete chaos.

Hij haalt ‘t niet

Die zondag had Ajax tegen PSV gespeeld. Ik had twee vrienden, een blanke en een Antilliaanse vriend was net als ik voor Ajax, de Nederlander voor PSV. Ze waren om kwart voor zeven naar mij op weg geweest om Sportjournaal te kijken. Ze zagen me niet buitenkomen. Dus ze dachten dat het met me gedaan was. Plotseling kwam ik naar buiten, met mijn hemd in vlammen. Toen hebben ze vuil, en allerlei toestanden op me gegooid. Ze hebben me gelijk meegenomen. Ik heb overal een beetje geluk gehad. Als ik op een ambulance had moeten wachten, had ik het misschien niet gered. Ze hebben me meegenomen, een heel eind, lopend naar de garage van Groeneveen. Hou vol, hou vol, zeiden ze. We kwamen aan in de auto en reden richting AMC. Maar onderweg had de politie de boel afgesloten, en we konden niet door. De blanke jongen vloekte, omdat de weg afgesloten was. Hij rende naar de politie toe. Ik zag ze aan komen, ik was nog bewust. Eén agent had me goed gekend.

'Jezus, dat is Willem van 't Groentje. Hij pakte zijn rode pen en schreef op mijn borst: Willem, 't Groentje. Ik hoor hem tegen zijn collega fluisteren: Jammer, want Willem haalt 't niet. Maar tot mijn grote geluk kwam een ambulance net aanrijden. Ik werd direct in de ambulance gebracht. Het enige dat ik nog weet is dat iemand me vroeg wat mijn achternaam was. Ik zei Symor. En toen kreeg ik een spuitje. En ik werd pas na drie weken weer wakker.'

Veel steun

'De jongen die ik gered heb, kon na veertien dagen weer naar school. Hij is nu 18. Als ik die pijp niet had opgevangen, had hij het niet overleefd. Maar als hij toen dood was gegaan, zat ik hier waarschijnlijk ook niet. Dan had ik zoveel verdriet gehad dat ik niet de wilskracht had gehad om te vechten. Want die kinderen waren aan mij toevertrouwd.'

In de drie weken dat Pa Sem buiten bewustzijn is, wordt hij naar het AMC gebracht, naar het Onze Lieve Vrouwen Gasthuis, en tenslotte met een helikopter naar het Brandwondencentrum in Beverwijk. 'Daar heb ik allerlei operaties gehad. Huidtransplantaties.' Dan begint een moeilijke tijd van revalideren. 'Ik heb vreselijke pijn geleden. Nog meer operaties. En nog steeds zijn er dingen die ze willen veranderen. Mijn oor willen ze nog maken, maar ik kan mijn bril dragen, dus ik heb er geen probleem mee.'

Pa Sem heeft veel steun gehad van zijn gezin, en van gewone mensen uit de Bijlmer. 'Mensen kwamen naar me toe, spraken met me. Toen ik weer voor het eerst op zaterdag naar de Ganzenhoef markt ging, waren de mensen echt blij om mij te zien.' Vervolgens volgen maanden van intensieve en pijnlijke therapie. 'In het begin was ik nog goed verminkt. Ik heb daar zo'n drie maanden gelopen. Dagelijks van tien tot zeven. Ik zei tegen de dokter: ik wil weer terugkomen in de maatschappij.'

'Later heb ik van oud–burgemeester van Thijn een speldje gehad. Die heeft zich ook heel erg ingezet toen, voor de mensen. En van de koningin.' Pa Sem blijft voor iedereen altijd de 'held van de Bijlmerramp'.

Nog steeds onduidelijkheid

Na het ongeluk is pa Sem met zijn gezin naar Suriname gegaan. 'Ik heb daar een crèche opgezet, maar omdat mijn dochter heimwee had naar Nederland, is mijn vrouw met haar teruggegaan. Ik ben toen achtergebleven om de zaak voort te zetten, maar toen ik er alleen voorstond, begon mijn personeel de kantjes ervan af te lopen. Het is momenteel erg moeilijk om daar iets te runnen.' Inmiddels woont hij weer in Amsterdam Zuidoost, in een prachtige woning in Gein. Hij ziet wel op tegen de winter. 'Voor een brandwondenslachtoffer maakt het klimaat veel uit. In de winter heb ik veel last omdat mijn huid zo trekt. In Suriname heb ik nergens last van. Ik gebruik ook kruidendrankjes uit het binnenland, die ik van een boslandcreoolse vriend van mij gekregen heb, die mijn huid en mijn conditie veel goed doen.’

Nu, tien jaar na de ramp, kijkt Pa Sem met gemengde gevoelens terug op de ramp. ‘Het officiële aantal slachtoffers, daarvan weet ik zeker dat het niet klopt. Veel illegale jongens heb ik nooit meer teruggezien. Soms zie ik een bekende van hen en vraag: Waar is Kwame? Ja, die is van vier hoog gesprongen. Het stadhuis kon ze niet natrekken, want ze waren illegaal. Ik denk dat er wel honderd zijn gesneuveld.'

De ramp heeft een gat geslagen in de Bijlmer. Sommige mensen zijn kapot gegaan aan de ramp. Mijn buurvrouw was Indonesisch. Na een paar maanden heb ik haar nooit meer gezien, ze is helemaal gek geworden. En dan alle mensen die nog steeds gezondheidsklachten hebben.

Een ding dat me nog steeds dwars zit, ik word er echt boos van. Nooit willen ze zeggen wat er nu precies in het vliegtuig gezeten heeft. Dat doet heel erg pijn.'