Publicaties Herdenkingskrant Kinderen maken hun eigen monument

Kinderen maken hun eigen monument

Vier beeldend kunstenaars zijn op een bijzondere wijze betrokken bij de herdenking van de vliegramp van 1992.
Ze maken met schoolkinderen uit de Bijlmer kunstwerken naar aanleiding van die indringende gebeurtenis, die de meeste leerlingen niet bewust hebben meegemaakt. De kunstenaars zelf maakten de ramp, de ene wat dichterbij dan de ander, wel bewust mee. Een verhaal over twee generaties.

Dit initiatief is een aangepaste versie van atelierbezoeken, een activiteit waarmee het Matchpoint Cultuureducatie Zuidoost al jaren goede ervaringen heeft. Daarin is beeldende kunst niet alleen een lesje kunst, maar ook een vorm van reflectie. Het Matchpoint zocht en vond enthousiaste partners voor dit project. Behalve de vier kunstenaars doen vier scholen mee aan een traject van ongeveer een maand.

Leerlingen én leerkrachten van de basisscholen Crescendo, Bijlmerdrie en Het Kruispunt, en van de Dr. Kingma school voor speciaal voortgezet onderwijs doen mee. Voor de coördinatie en begeleiding tekenen, naast de kunstenaars, Marion Jonk (Matchpoint), Madeleine van Drunen, Delano Mac Andrew en Jenny Wesly.

In overleg met de kunstenaars is gekozen voor één centrale gedachte: doorgaan met leven, maar niet vergeten. Ieder werkte met verschillende groepen en met een eigen thema en techniek.

In het atelier van de kunstenaars in de Bijlmer, maakten de leerlingen uiteindelijk hun eigen monument, als reactie op de indrukken en verhalen die zij opdeden.

Het werk is zowel een eerbetoon aan de geschiedenis van de ramp en de getroffenen, als een gedenkteken dat gaat over hoe kinderen zelf aankijken tegen verlies en herdenken. Voor de kunstenaars is het ook een uitdaging om met een jongere generatie vorm te geven aan wat mensen beweegt, raakt en ook inspireert.

Half september ontmoeten kinderen van basisschool Het Kruispunt de Nigeriaanse kunstenaar Valentine Efiong bij Het Groeiend Monument. Na een inleiding over het project en het monument zelf, vertelt de kunstenaar hoe hij jaren geleden, in Nigeria, vernam dat zijn oma was overleden. Ondanks dat zij vele kilometers verderop overleed, werd de kunstenaar op bijzondere wijze op de hoogte gebracht. Soms hoef je niet fysiek op een plek te zijn om toch te voelen wat er met een dierbare gebeurt.

Efiong gebruikt de koosnaam die zijn oma hem gaf als thema. 'Indinie ekam', hetgeen betekent 'de eigenaar van mijn oma'. Met zijn verhaal helpt de kunstenaar de kinderen om het gegeven van een verlies in een wat hanteerbaardere proportie te gieten. Voor Efiong is deze herinnering aan zijn oma eigenlijk ook een soort monument: 'Mijn oma is altijd naast me en haar liefde voel ik nog steeds.'

Terug in de klas praten de kinderen en de kunstenaar verder en schrijven daarna een gedicht of tekst over een vergelijkbare ervaring. Sommige kinderen noemen de vliegramp, anderen beschrijven eigen ervaringen op gebied van afscheid of verlies.

Alle kunstenaars hebben zo'n reflectie op papier ingebouwd, waarna ze met de kinderen een aantal keren aan het werk gaan in hun atelier.

Voor de leerlingen is het bezoek aan zo'n kunstenaarswerkplaats iets bijzonders, het betreden van een andere wereld. Bij Valentine Efiong valt het aparte kamertje op dat hij als een eerbetoon aan zijn voorouders inrichtte. Volgens Efiong begrijpen kinderen, ongeacht hun culturele achtergrond, dat soort 'beelden' moeiteloos.

In dezelfde flat werkt collega–kunstenaar Eva Treutlein. De van origine Duitse kunstenaar en kleurenfilosoof heeft twee kamergrote installaties ingericht, waarin ook gewerkt wordt. Met z'n allen op de grond.

Treutlein gaat aan de slag met het thema: 'Kleuren geven leven'. Die kleuren zijn onmiskenbaar aanwezig in de installaties in het atelier. Ze onderzoekt samen met de kinderen hoe kleuren je stemming beïnvloeden. Vertrekkend vanuit de chaos die een gebeurtenis als de Bijlmerramp op allerlei niveau teweeg brengt. Om vervolgens te kijken hoe er weer rust en harmonie ontstaan. Uiteindelijk tekenen de kinderen een 'chaosboom' en een 'harmonieboom'. In deze opdracht legt de kunstenaar een verband tussen haar specialisme en 'de boom die alles zag' die het hart van het bestaande monument vormt.

Treutlein benadrukt de rol van de natuur. De kringloop die de boom bijvoorbeeld toont, met alle kleurschakeringen van dien. De planten en bloemen bij Het Groeiend Monument. Pratend over uit de grond getrokken planten komt de behoefte aan respect en onderhoud van zo'n openbare gedenkplaats aan de orde. Dat wordt door leerkrachten opgepikt: er is nu sprake van dat de scholen het monument willen adopteren, het onderhoud op zich willen nemen en er activiteiten willen ontplooien.

Ook de uit Suriname afkomstige Dan Ernst maakt gebruik van vormen, kleuren en processen uit de natuur. Hij werkt met batiktechnieken en met klei. Een verwijzing naar de aarde als bron van leven en ook de plek waarnaar al het leven weer terugkeert.

De kunstenaar werkt onder de titel 'Schalen met verhalen' met de kinderen aan aardewerken troostschalen, zoals hij dat noemt. Schalen waarin ze hun geschreven teksten kunnen leggen.
Nadat ze samen de schalen vervaardigen, worden die beschilderd.
'Het is niet de bedoeling dat ze allemaal vliegtuigen gaan schilderen', zegt Ernst. Soms is het nodig om uit te leggen dat de aanslagen van 11 september in de VS een ander verhaal zijn.
'Het staat toch ver van ze af.' Terwijl Ernst zijn verhaal houdt bij het monument vliegt er een groot toestel laag over, dat maakt het weer even iets concreter. 

Op een totaal andere manier concreet is het verhaal van de Joodse kunstenaar Chaïm Oren. Hij maakt in 1986 het beeld Moeder Aisa, dat enkele honderden meters van de rampplek af in de Colakreek staat. Niet de echte, maar een vijvertje dat genoemd is naar het recreatiegebied in Suriname, dat die naam draagt. Nu wandelt hij met een klas van de school Crescendo rond in het gebied. Haalt herinneringen op aan die onwerkelijke dag in 1992 dat hij tussen de buurtbewoners stond te kijken naar hetgeen was aangericht. Onmiddellijk drong zich de gedachte op: hier staan blijven heeft geen zin, ik moet iets doen, ik moet door met mijn leven. Op hun beurt zoeken de kinderen naar een concrete verbinding met dat verhaal. Hoe was het vliegtuig op de grond gekomen? En naar aanleiding van Orens beschrijving dat de hemel vuurrood gekleurd was, wil een van hen weten hoe rood precies. Vijf minuten later is het een bedrijvige boel: iedereen buigt zich over de tegels om ze na te tekenen, over te trekken. 'Ik neem die van de politie, meester!'
Later maakt ook deze groep onder het motto 'Gedenken met karton in kleur' zijn eigen monument, een eigen verhaal als reactie op de kleurige tegels van Het Groeiend Monument.
Krachtig en gericht op de toekomst.

Van 2 tot en met 5 oktober 2002 was een selectie van de werken van de kinderen te zien in Artoteek Zuidoost/Het Open Podium: Bijlmerdreef 191.
Delen van het werk werden langere tijd in de scholen zelf tentoongesteld. Iedere school gaf op een eigen manier extra aandacht aan het project. Eveneens werden op alle scholen de teksten van de leerlingen gebundeld en bewaard in de eigen bibliotheek.