Publicaties Herdenkingskrant De nasleep van de ramp is een ramp op zichzelf

De nasleep van de ramp is een ramp op zichzelf

Niet alleen de ramp, maar ook de chaos die erop volgde heeft diepe wonden achtergelaten in de Bijlmer, vindt Henk van den Belt, die zich na de ramp actief heeft beziggehouden met de hulpverlening en het onderzoek.

Hij was voorzitter van de Bewonersvereniging Kikkenstein–Kruitberg.

'Om de hoek is het allemaal gebeurd. Ik woon aan het begin van Kikkenstein. Op die dag hoorde ik een enorm vliegtuiglawaai. Ik sprong naar het balkon. Ineens stopt dat enorme geluid. Dan was het plotseling heel stil. Een paar seconden later begint iedereen in de buurt te gillen. Boven de flat vormt zich een enorme, zwarte, vonkende paddenstoel. Ik storm er naar toe, grijp naar mijn videocamera. Ik had geen idee of wat er zich afspeelde nu hier vlakbij in Kruitberg was, of misschien wel in Diemen.

Toen bleek het dus zo'n 200 meter van mijn huis te zijn. En dan kom je daar. Stomverbaasd, helemaal perplex. Mensen die gillend wegrennen van de rampplek, mensen die apathisch blijven staan, er naartoe rennen om te willen helpen. Overal parfumflesjes die exploderen. Ik dacht: die komen uit de taxfree shop.

Maar ik begreep niet waar dan al die koffers waren. Ik wist natuurlijk niet dat het een vrachtvliegtuig was. Het was surrealistisch. De video–opnamen werden in plankgas naar de NOS geraced. Daar kwam het om acht uur nog in het nieuws.

Henk van den Belt was voorzitter van de bewonersvereniging. De collectieve ruimte van de bewonersvereniging wordt opengesteld. Mensen willen elkaar natuurlijk ontmoeten. 'Je wilde elkaar vooral zien', herinnert Van den Belt zich. 'Weten of er misschien iemand van je vrienden of kennissen is omgekomen. Ik herinner me dat ik twee dagen na de ramp een buurvrouw miste.

Ze had vrienden en familie in Kruitberg wonen, en toen dacht ik: het zou toch niet... Toen ben ik echt even ingestort.' Gelukkig ziet hij de buurvrouw in kwestie na een paar weken weer terug.

Ze was even weg geweest om te bevallen van haar kindje.

Saamhorigheid in een anonieme buurt

Mensen die nooit enig sociaal contact zoeken, kruipen ineens uit hun schulp in de dagen na de ramp. Er is een ontzettende roes van actie, van willen helpen, iets willen doen. Maar er zijn ook mensen die zo in shock zijn dat ze dagenlang niet het huis uitkomen. ‘Die hadden de gordijnen dicht en probeerden het te verwerken. Maar het bruist van de hulpverlening, de eerste dagen. Veel mensen kunnen gewoon niet stilzitten.'

Henk van Belt coördineerde als voorzitter de activiteiten. Zo wordt er een inzamelingsactie gehouden voor de betrokkenen, waarbij tweedehands goederen worden ingezameld. In totaal ter waarde van zo'n fl. 100.000, '50 tv's, 50 fornuizen, keukensets, tapijt, noem maar op', aldus Van den Belt. 'In samenwerking met het Leger Des Heils hielden we ons ook bezig met psycho–sociale opvang. De vrijwilligers van het Leger Des Heils kwamen uit het hele land. Van Middelburg tot Groningen. De week daarop zijn ze huis aan huis gegaan, en hebben gevraagd of er misschien een gesprek gewenst was. De Bijlmer was een heel lange tijd natuurlijk een plek om heel anoniem te wonen. Nu nog. Op een bepaalde manier is dat natuurlijk prettig, maar als er iets gebeurt waarbij je de steun van anderen zou kunnen gebruiken, is dat ineens iets negatiefs.

Het mooie was volgens Van den Belt dat er zoveel mensen waren die hun energie staken in het helpen van andere mensen. 'Dat heeft me erg ontroerd. Het was een heel gemêleerde groep. En mensen waren dankbaar. Een Surinaamse vrouw kookte een grote pan pindasoep voor de vrijwilligers van het Leger Des Heils, om wat terug te doen voor alles wat zij de afgelopen weken aan soep en andere dingen van hen gekregen had.'

Vliegtuigangst

Ook de ramptoeristen die met een kratje bier op de galerij naar de bergingswerkzaamheden gingen kijken, staan hem nog helder voor de geest. 'Je kunt er niks van zeggen, want je kunt niet zien wie misschien bewoner is geweest van Kruitberg, die hun woning nog wilden zien, in het gebied wat helemaal afgegrendeld was.'

Na ongeveer een week wordt het vliegverkeer hervat. Een drama, niemand hield zich bezig met het feit dat mensen aan post–traumatisch stresssyndroom zouden kunnen leiden. Niemand realiseerde zich de impact van die vliegtuigangst. 'Sommige bewoners waren panisch, en zetten een tas met belangrijke spullen en papieren bij de voordeur, zodat ze elk moment kunnen vluchten. En toch, het blijft je bij. Zelfs jaren later. Vanmorgen nog, toen vloog er een vliegtuig extra laag. Dan hoor je dat geluid en schiet door je hoofd: Het zal toch niet, dat...

Nog steeds vraagtekens

Naarmate de hulp aan personen en de acute noodsituatie achter je ligt, worden de eerste kritische vragen gesteld. Hoe heeft dit in vredesnaam kunnen gebeuren? Met stelligheid wordt vervolgens beweerd dat op 5 november 1992 bijna twee toestellen tegen elkaar zijn geknald. 'Toen zijn we gaan bellen met de Rijks Luchtvaart Dienst. Al die tijd hadden ze nog niets van zich laten horen. Toen hebben wij gedreigd dat we ballonnen met stalen spijkertjes boven de Bijlmer zouden oplaten, zodat ze niet zouden kunnen overvliegen. Toen reageerden ze. Dat mocht niet, dat was gevaarlijk. Tuurlijk was dat gevaarlijk. We zouden het ook nooit doen. Maar dit was pas de eerste keer dat ze terugbelden.'

Een jaar later zijn de eerste kritische vragen gesteld over de lading, die gevaarlijk zou zijn geweest. In september '93 werd bekend dat er delen van het vliegtuig uit verarmd uranium bestonden. 'In oktober '93 is het vooronderzoek afgerond, en dan lijkt het toch wel dat er naar een bepaalde oorzaak is toegewerkt. Er is nog steeds het idee dat niet alle facetten de volle aandacht hebben gekregen. En ook bestuurlijk is niet alles goed gegaan. Er is te weinig druk vanuit de overheid geweest om de waarheid omtrent de lading echt te achterhalen', aldus Van den Belt. 'Dan blijkt, dat medische onderzoeken ook te lang op zich hebben laten wachten. Die duren tot op heden en zullen nog wel een tijdje doorgaan. En zelfs na de parlementaire enquête is de onderste steen nog niet boven. Het wachten is nu op het boek van Pierre Heijboer [is inmiddels verschenen, red.].

Al met al is de nasleep van de Bijlmerramp een ramp op zich geworden. Maar de parlementaire enquête heeft de politiek wel in een ander perspectief gezet. Openheid kan heel ontwapenend werken.'

Heel veel problemen waren voorkomen als men vlak na de ramp al had gezegd: ‘Mensen, hou afstand, het zou wel eens gevaarlijk kunnen zijn, weet Van den Belt.' Dan hadden de reddingswerkers niet alleen maar kapjes van de Gamma gehad.' Men was niet alert, en had weinig ervaring met rampen in Nederland na de Tweede Wereldoorlog. Iedereen was perplex. Er zijn een hoop lessen voor de toekomst geleerd.

Als er voor de wijk al iets positiefs uit de ramp is voortgevloeid, dan is het volgens Van den Belt het feit dat het de Bijlmer letterlijk eens op de kaart gezet heeft. 'De media hebben de Bijlmer ontdekt.’

Eindelijk kwam er aandacht voor het menselijke aspect. En voor het feit dat het een hele bijzondere gemeenschap is. De Bijlmer kreeg een karakter, een gezicht. Een rebelse, groene slaapstad waar mensen uit de hele wereld een thuis hebben gevonden.